Voorhaven van Rotterdam

In de achttiende eeuw liep de bedrijvigheid door de economische recessie aanzienlijk terug. Er werd nauwelijks geïnvesteerd in de vloot, zodat het stil werd in de marinehaven. De opening van het Droogdok in 1806 en de uitbreidingen van de werf in de negentiende eeuw brachten daar verandering in.

Hellevoetsluis groeide opnieuw uit tot een centrum van scheepsbouw en -onderhoud. De economie kreeg een extra impuls door de aanleg van het Kanaal door Voorne (1827-1829). Hellevoetsluis werd voorhaven van Rotterdam, waardoor jaarlijks vele duizenden schepen over het Kanaal door Voorne naar Rotterdam voeren. De grote werkgelegenheid trok vele nieuwe inwoners en het is tegenwoordig onvoorstelbaar dat er omstreeks 1900 ruim 4000 mensen binnen de vesting woonden, opgepropt in talloze kleine kamertjes. Het was een periode van enorme groei en bloei; scheepvaart gaf welvaart. Helaas werden de zeeschepen te groot voor het Kanaal door Voorne en aan het einde van de 19e eeuw (1872) werd de Nieuwe Waterweg de nieuwe zee-verbinding met Rotterdam. De marine verdween uit Hellevoetsluis en de grootste werkgever, de Rijkswerf, werd in 1934 opgeheven. Daardoor waren ook veel inwoners van Hellevoetsluis genoodzaakt te verhuizen. Nadat in 1944 ook nog eens een groot gedeelte van Hellevoetsluis door Duitse bezetting werd gesloopt, leek Hellevoetsluis ten onder te gaan. Niemand kon vermoeden hoe Hellevoetsluis, jaren later, weer zou herrijzen tot een moderne en levendige plaats aan het Haringvliet.

Uitgelicht