Column burgemeester: de nieuwe balans

Sinds enkele maanden leven we in het coronatijdperk met veel beperkende maatregelen om verspreiding van het coronavirus in te dammen. Afgelopen week heeft het kabinet aangegeven dat een aantal maatregelen versoepeld kan worden. Niet omdat het virus verdwenen is, maar omdat de zorgsector voldoende capaciteit heeft mensen te behandelen. We moeten dus wel degelijk onze handen veelvuldig met zeep blijven wassen, hoesten en niezen in de binnenkant van de elleboog, papieren zakdoekjes gebruiken, geen handen schudden, anderhalve meter afstand houden van anderen en zoveel mogelijk thuiswerken. 

Vandaag de dag hoor je dan veelvuldig spreken over het ‘nieuwe normaal’, maar het voelt voor mij helemaal niet normaal. Ouderen krijgen geen bezoek, veel ondernemers kunnen niet ondernemen, kinderen konden lange tijd niet naar school, er wordt hele dagen digitaal vergaderd vanaf de eetkamertafel, jubilerende echtparen kan ik slechts vanaf de straat feliciteren enzovoort. 
Hoewel het aantal besmettingen en doden ten gevolge van het coronavirus afneemt, is er nog geen vaccin en geen medicijn. We gaan nu van een acute naar een sluimerende gezondheidsdreiging. Wat mij betreft is dat niet het nieuwe normaal, maar een uitdaging voor ons allemaal om op zoek te gaan naar de nieuwe balans. De intelligente lockdown bracht drastische en noodzakelijke maatregelen met zich mee. Nu we naar een versoepeling gaan, hebben we de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onszelf en onze medemens om die balans intelligent in te vullen.

Van ‘social distancing’ naar ‘physical distancing’; we houden anderhalve meter afstand van elkaar, zowel in de supermarkt, als op het werk, als bij vrienden. Van ‘blijf thuis’ naar:  ’als je naar buiten gaat, doe dat verstandig’ en  ‘vermijd de drukte’, want het coronavirus waart nog onder ons. Dat is niet normaal. Dat is constant zoeken naar een goede balans tussen onze volksgezondheid en onze veerkrachtige samenleving. Een veerkrachtige samenleving, waarin we de balans zoeken tussen wat laten we los en wat omarmen we? Kunnen we blijvende waardering geven aan de cruciale beroepen? Kunnen we het saamhorigheidsgevoel vasthouden? 
Kunnen we meer digitaal vergaderen en thuiswerken, zodat er minder files zijn? Gaan we niet meer vliegen, maar blijven we vakantie vieren in Nederland? Kopen we meer lokaal en blijven we kaarten sturen aan de ouderen? Wie weet... als we de juiste balans weten te vinden, gaan we misschien naar een beter en nieuw normaal.

Milène Junius
Burgemeester