De geschiedenis van de haven

Lees hier hoe de haven zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld.

Hoe het begon

In de middeleeuwen beschermden hoge dijken de polders tegen overstromingen tijdens hoogwater en stormvloeden. De polder Nieuw-Helvoet werd in 1395 bedijkt. In de Zuiddijk was een sluis. Hierlangs kon het regenwater vanuit de polder weer in het Haringvliet worden gelaten. Toen in 1475 het Weergors werd ingepolderd, kwam er een tweede sluis. De dijk liep ter hoogte van de huidige Kerkstraat en Haerlemmerstraat. De sluis – bij de brug over de haven – kreeg de naam Hellevoetsche Sluis. Achter de Hellevoetsche Sluis verscheen al snel een geul in het aanslibbende gebied. Schepen begonnen deze te gebruiken als natuurlijke haven tijdens stormen en om er te overwinteren. Omdat op dat moment de Tachtigjarige Oorlog in volle gang was, zochten de Staten van Holland naar een geschikte plek voor het onderhoud van de oorlogsschepen. In 1604 viel het besluit om er een echte haven van te maken. Het werk werd in oktober 1621 afgerond. De haven van Hellevoetsluis was klaar voor gebruik!

Zeventiende eeuw

In de haven van Hellevoetluis lagen de oorlogsschepen van de Rotterdamse Admiraliteit in onderhoud. Timmerlieden keken de schepen na en repareerden ze als het nodig was. Elk voorjaar werden de schepen dan weer uitgerust voor het nieuwe seizoen en bemand door honderden matrozen. Dat uitrusten van de schepen zorgde voor veel werkgelegenheid en rond de Hellevoetsche Sluis ontstond een dorpje met werklieden dat al snel bekend kwam te staan als Hellevoetsluis. 

Bekende zeevaarders als Maarten Tromp en Michiel de Ruyter waren hier vaak te vinden als in het voorjaar de vloot in voorbereiding was. Ze vertrokken vanuit Hellevoetsluis om Nederlandse koopvaarders en VOC-schepen te beschermen tegen kapers en andere vijanden. Tijdens de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) vochten de oorlogsschepen op zee tegen de Engelsen, waarna de schepen in Hellevoetsluis werden opgelapt. De Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) eindigde met de Tocht naar Chatham: de Nederlandse oorlogsschepen drongen door tot de Engelse oorlogshaven en verwoestten vrijwel alle Engelse fregatten. Als oorlogsbuit namen ze het Engelse vlaggenschip The Royal Charles mee, die nog jarenlang in de haven van Hellevoetsluis lag. 

Een ander hoogtepunt was het vertrek van stadhouder Willem III in 1688 naar Engeland om daar de kroon op te eisen. Voor de rede van Hellevoetsluis verzamelden zich honderden schepen om een invasie te kunnen uitvoeren. De eerste poging mislukte door een plotselinge storm. Ruim een week later lukte de oversteek wel en werd Willem III zonder veel tegenstand tot koning van Engeland gekroond.

Achttiende eeuw

De overtocht van Willem III liet zien dat Hellevoetsluis een strategische ligging had. In 1695 werd daarom begonnen aan een grote verbouwing om de haven te verbeteren. Hellevoetsluis kreeg de vesting met bastions en gracht, zoals we die nu nog kennen. De haven werd vergroot met een halvemaanvormige kom: er konden nu nog meer schepen in bescherming liggen. Langs de kades kwamen steeds meer magazijnen voor opslag en werkplaatsen voor zeilmakers, smeden en houtzagers. Veel inwoners van Hellevoetsluis verdienden een goede boterham op de werf.

De haven werd ook gebruikt door  handelsschepen die graan haalden uit de Oostzee, maar ook VOC-schepen met specerijen en exotische producten uit de koloniën in Oost-Indië. Langs de Westkade stond een pakhuis van de VOC, dat later werd verbouwd tot het befaamde Hotel van Engelen. En langs de Oostzanddijk bevond zich een kleine werf waar VOC-schepen werden onderhouden. Een zwarte pagina uit de historie zijn de schepen die werden uitgerust om naar Afrika te varen om slaven naar Amerika te brengen. 

Tweemaal per week vertrok er vanuit Hellevoetsluis een pakketboot naar Engeland. Deze dienst verzorgde het post- en passagiersvervoer over de Noordzee. Het zorgde ervoor dat Hellevoetsluis uitgroeide tot een druk knooppunt waar koeriers naar afreisden. Ook belangrijke diplomaten, vorsten en hoogwaardigheidsbekleders maakten regelmatig gebruik van de Pakketboot.
In 1795 werd de Republiek der Verenigde Nederlanden onder de voet gelopen door de Franse troepen. De nieuwe machthebbers ontdekten dat de haven van Hellevoetsluis erg gunstig lag en besloten om flink in de Hellevoetse haven te investeren. 

Negentiende eeuw

de haven in 19e eeuwWaterbouwkundige Jan Blanken had al jaren eerder plannen uitgewerkt. Die konden nu eindelijk ten uitvoer worden gebracht. Er werd een stoommachine aangekocht, waarmee de haven volledig werd leeggepompt, zodat alle kademuren konden worden versterkt. De bodem van de haven verdiept. Daarna werd het Droogdok gebouwd. Hierin konden schepen voortaan beter worden onderhouden. De stoommachine werd gebruikt voor het leegpompen van het Droogdok. 

Nadat de Fransen in 1813 waren verslagen had Hellevoetsluis een moderne haven die door de marine kon worden gebruikt. Er kwamen verdere verbeteringen: in 1821 een nieuwe brug over de haven en in 1822 de nieuwe vuurtoren. In 1829 opende het Kanaal door Voorne. Vanaf dat moment lagen er vaker schepen voor de rede afgemeerd. De bemanning mocht soms van boord, wat ervoor zorgde dat in Hellevoetsluis nog meer vertier te vinden was. 

Toen de marinewerf in Rotterdam in 1850 werd opgeheven, werden taken overgedragen aan Hellevoetsluis en nam het aantal werkzaamheden verder toe. Ook kwamen verschillende opleidingen naar Hellevoetsluis. Langs de haven werd de Machinistenschool gebouwd. Oude oorlogsschepen werden omgebouwd tot wachtschepen waarop de matrozen-in-opleiding verbleven. De negentiende eeuw was voor Hellevoetsluis een periode van grote bloei: het aantal inwoners groeide van ongeveer 1500 tot 4500. Toch kwamen de eerste barsten in het mooie beeld. De opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 was een belangrijk keerpunt: veel schepen kozen deze nieuwe vaarroute naar Rotterdam en lieten Hellevoetsluis voortaan links liggen. Omstreeks 1880 kreeg de vesting nog wel belangrijke verbeteringen in de vorm van de bouw van Kazerne Haerlem en de aanleg van de kustbatterij met de kolossale kanonnen.

Twintigste eeuw

de haven in de 20e eeuwDe Eerste Wereldoorlog (1914-1918) toonde aan dat Hellevoetsluis niet langer een strategisch gelegen haven was. Met de komst van vliegtuigen was het bovendien kwetsbaar voor bombardementen. De opleidingen verdwenen naar andere plekken. De werf bleef nog tot 1933 in gebruik, maar werd toen door de marine verlaten. Ook veel inwoners trokken weg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de haven zwaar verwaarloosd en grotendeels verzand, terwijl de meeste gebouwen aan de westzijde van de haven waren afgebroken. De toekomst van de Hellevoetse haven zag er weinig rooskleurig uit. 

Tijdens de Watersnoodramp van 1953 stroomde het water over de kades en zorgde in de vesting voor schade en slachtoffers. Snel daarna ging echter de aanleg van de Deltawerken van start. Dat zorgde opnieuw voor werkgelegenheid. Naast de vesting werd de Werkhaven gegraven. Van hieruit brachten schepen de aangevoerde bouwmaterialen naar het Werkeiland in het Haringvliet. Dit enorme waterstaatkundige werk kon op veel belangstelling rekenen, en Hellevoetsluis trok steeds meer toeristen. Jaarlijks bezochten 150.000 bezoekers de Sextant en de filmzaal op het Zuidfront, om vervolgens met een schip een excursie naar de bouwput te maken. In november 1971 werd de Haringvlietdam officieel in gebruik genomen door Koningin Juliana. Het Haringvliet veranderde in een zoetwatermeer en dat trok watersporters aan. De oude haven en de verlaten Werkhaven werden recreatiehavens met ligplaatsen voor passerende bootjes en watersportverenigingen. 

Eenentwintigste eeuw

En zo heeft de haven van Hellevoetsluis niet al vier eeuwen geschiedenis vol veranderingen achter de rug, maar ook een toekomst vol nieuwe uitdagingen en functies.